Stedenbouw is een kunst, een kunst waarin ik bedoel dat het meer is dan stenen stapelen en rechte wegen aanleggen, zo’n saaie bedoening daar ben ik niet van. Ik moest aan de opzet van de nieuwe woonwijk de Volgerlanden denken omdat ik in de voorstudie hiervoor heel Nederland ben doorgereisd. Ik kwam op dit onderwerp nadat ik een uitnodiging kreeg op een plek waar de afsluiting van die voorstudie plaatsvond, in de Heeren van Oranje in Breda.

We hadden destijds al meerdere dagen in het jaar met de bus rondritten gemaakt door Nederland om te kijken hoe je nu kwam tot een goede woonwijk en de Volgerlanden is daar nu een van. Of iets goed is, is natuurlijk aan ieders eigen mening. Tijdens de vele bijeenkomsten bleek wel dat er lang niet altijd het uitgangspunt gehaald werd. Dat het gekozen idee verlaten werd door een architect die uitgekozen was om in de nieuwe wijk iets te ontwerpen dat anders was dan het beeldkwaliteitsplan. 

De discussie die we vaak onderweg voerden, was er een van van een plat dak of puntdak, een beetje humor, waarbij we getrakteerd werden in een gerealiseerde wijk op een halfrond dak. Tja, zo zagen we heel veel soorten gevels en dakvormen voorbij komen. Uiteindelijk is de wijk Volgerlanden geworden, of wordt, wat het is. Nog steeds kijk ik, als ik er doorheen rij, naar de gevels, de daken, het groen en alles wat er mee te maken heeft.

Het is een hele nieuwe wijk met duizenden woningen en dat is niet niks. Zwijndrecht verbouwt ook. Met nieuwe gevellijnen, hoogtes en uiteraard de gekozen daktypen, zo kijk ik vanuit stedenbouw naar wat gerealiseerd wordt. Bij de voorstudie destijds vond ik het al heel leuk om te zien hoe groen werd geïntegreerd op en rond de nieuwbouw. Een boom op het dakterras vond ik toch wel erg leuk. Groene gevels zag je destijds nog niet veel en nu zie je nog steeds veel stenen gevels zonder groen. Jammer denk ik dan maar wat ik ook nog wel mis zijn de torentjes. Torentjes zoals we die vroeger hadden in Zwijndrecht. Vroeger is dan meteen ook met minder inwoners en veel tuinderijen zo’n  honderd jaar geleden.

Ik geniet altijd van de kleine dingen zoals het torentje op de hoek van de Lindelaan en de Bruïnelaan. Is het wel een torentje, kan je je afvragen. Er waren op de Bruïnelaan veel duidelijker torentjes te vinden in het verleden, maar goed het element maakt het markant. Op het Veerplein waren de gevels en de opbouw van het gemeentehuis ook vrij rechttoe en rechtaan maar wel met een torentje.

Het profiel van de Bruïnelaan kent nu weinig torentjes meer maar het was ook wel mooi geweest als in de rechte wanden die tegenwoordig worden neergezet een historisch element als een torentje was teruggeplaatst. Groene gevels, torentjes, puntdaken of platte daken kunnen wel als idee meegegeven worden maar of dat dan ook gerealiseerd wordt is een tweede. Tijdens de voorstudie reizen bleek dat ook wel. Ashok Bhalotra, waarmee we veel opgetrokken hebben in die voorstudie, verzuchtte op momenten daarover. Op onderdelen vond hij soms het ontwerp van een collega architect niet op zijn plaats maar moest hij het maar accepteren.

Ik kijk graag vanuit stedenbouwkundig oogpunt rond in de steden die ik bezoek. In de verschillende landen in Europa kom ik dan ook door de tijd heen de ontwikkelingen tegen van groei. Groei zoals wij die hier ook kennen in Zuid-Holland. Ik sta dan stil bij de ontwikkeling en kijk uiteraard ook naar de geschiedenis.  

In Zwijndrecht zie ik die ook maar mis ik de historische lijnen wel. De torentjes zijn daar een onderdeel van. Ik reed over de Koninginneweg en zag daar de posters hangen van de nieuwbouw  en in een flits deed het mij denken aan de Linnaeusstraat. Rechttoe rechtaan met een plat dak met op de hoek van de Frans Halsstraat een rechthoekig gebouw van vier hoog. Waarom nou geen torentje dacht ik met het Veerplein van vroeger in gedachte.

De ontwerpen op de hoek van de Stationsweg zouden toch ook er veel leuker uit kunnen zien?  Het pas gerealiseerde appartementengebouw leek voor mij passend voor bomen op het dak zoals Ashok Bhalotra dat ook eens had ontworpen.

Ik weet ook wel dat het moeite en geld kost maar ik denk dat als we nu eens creatiever worden we toch wel een interessanter beeld kunnen opwekken met dat soort elementen zodat mensen Zwijndrecht zich anders herinneren dan een saaie gevel galerij.

Maar ook dat is een oordeel waarbij ik het met Ashok destijds eens was dat sommige zaken nu eenmaal buiten je bereik liggen. Zwijndrecht vernieuwt terwijl ik op socials weleens lees Zwijndrecht vernielt. Zwijndrecht sloopstad kwam ik zelfs tegen, passend bij alles wat verdwenen was en nu verdwijnt. Toch komt er kwaliteit voor terug en kwam ik blije mensen tegen die er komen wonen. 

Als ik het oude huis van Piet van Leeuwen, en de familie Luijcx, zie wat mooi opgeknapt is op de Bruïnelaan dan zie ik daar toch wel een voorbeeld hoe je iets mooi kan maken. Een andere tijd maar met alle investeringen door die tijd heen staat er nu iets moois. De Bruïnelaan kent de langere geschiedenis van stedenbouw waar Pieter Verhagen een visie op had. De laan op zich kent nog genoeg panden die dringend opgeknapt mogen worden maar ondergaat een transformatie naar degelijk wonen.

Het torentje, balkon met dak, waar ik dagelijks aan voorbij fiets, is voor mij een icoon en uitgangspunt om het aanzien anders te maken. We moeten meer iconen zien terug te winnen. Daar zijn wel investeerders voor nodig die het durven en willen doen. Minder saai en meer gedurfd zou Zwijndrecht wel mogen worden.

In Breda zag ik veel verschillende torentjes die daar door de eeuwen heen gekomen zijn, in verschillende vormen. Met een oud stadshart is dat niet zo raar. Zwijndrecht mist dat stadshart en is vaak genoeg op zoek geweest naar het centrum terwijl op de Koninginneweg, op het straatnaambord, dat duidelijk leesbaar was, Koninginneweg-c. Met alle nieuwe projecten kwam ik ook op de braderie terecht van de moskee An-Nour. Zij zamelen geld in voor nieuwbouw en daar zag ik dan ook meteen een torentje, een minaret natuurlijk. Hun oude schoolgebouw aan de Surinamestraat, dat nu de moskee is, moet vervangen worden. Het plaatje toonde dan ook de kleurige nieuwbouw.

Het Zwijndrecht van 2030 krijgt een nieuw profiel. Groene gevels kunnen er altijd nog aangehangen worden. Eerst is er de kaalslag , waar oude Zwijndrechters aan gewend zijn, en dan komt er de nieuwe wijk. Rondom het spoor en de A16 torent de nieuwbouw zonder de kenmerkende elementen uit het verleden.

Pieter Verhagen maakte een mooie uitbreidingstekening voor Zwijndrecht, zo’n honderd jaar geleden. Sinds die tijd zijn er veel inwoners bij gekomen die vooral fijn willen wonen en een torentje mogelijk niet zullen missen. De opzet van Pieter Verhagen wordt gelukkig nog wel gevolgd. Hij ontwierp vanuit de gulden snede het oude raadhuis en keek op een verfrissende manier naar stedenbouw. 

Een visie die in Nederland nog steeds wel gedragen wordt . Ik kijk naar het Veerplein en zie de destijds gerealiseerde winkelgalerij wat nu een monument is.

De winkels en woningen bieden daar al heel lang mensen een leefplek met een brede geschiedenis; van een lach tot een traan. Vernieuwing is voor de een vernieling en voor de ander een zegen. Zwijndrecht stoomt nog altijd op in de vaart der volkeren. Geniet en kijk vooruit zoals de schippers op de Oude Maas die zwaaien naar hun woonplaats als ze voorbij komen aan hun thuishaven.