Ik zie nog regelmatig oude columns voorbij komen en kijk dan nog even wat het onderwerp is. Stijl en vorm kunnen heel verschillend zijn maar het  taalgebruik springt altijd weer in het oog.  Nu let ik altijd wel op zinsbouw en woordgebruik maar toch zie ik dat ik er een handje van heb om lange zinnen te maken.

Het leuke is dat ik weet hoe dat komt en dat er een leraar Nederlands is die mij daarin inspireerde. Nu zag ik recent een filmpje van Tom Manders terug waarin Annie MG Schmidt optrad en een van haar gedichten oplas.  Tom Manders, bekend als Dorus, werkte vanuit zijn theater in Rotterdam. Dorus was als type een zwerver. Zo voel ik mezelf ook weleens maar dan vooral zwerver door de Nederlandse taal.

Met het filmpje van Annie bij Dorus kwam ik vanwege het taalgebruik ook terug bij Jip & Janneke. Het taalgebruik dat nu als echt erfgoed in het Nederlands een plaats heeft kunnen vinden. Korte zinnen in een eenvoudige taal die door iedereen te begrijpen zijn. Taal is de drager van onze identiteit en hoe mooi is het dat je daarmee alle bevolkingslagen weet te bereiken. Daags na mijn geboorte verscheen het laatste verhaal van Jip en Janneke. Mijn moeder was dol op lezen maar ook van radioprogramma's als de bonte dinsdagavond trein. 

Ook in de ochtend zette zij de radio voor ons aan waar ik genoot van Dikkertje Dap. In alle programma’s en cabaret die zij luisterde ontstond er bij mij de drang tot het andere taalgebruik.

Recent moest ik weer aan haar denken terwijl ik, vanwege de vele omleidingen, richting Jeroen Boschlaan reed. Mijn moeder heb ik daar heel lang geleden achtergelaten op de begraafplaats waar zij een mooie rustplaats kreeg. Door dat denken kwam ik ook bij een andere moeder aan die ik heb leren kennen . Agnes, zoals ze graag genoemd werd, was in haar laatste leven ook bezig met haar laatste rustplaats op deze begraafplaats. Dat was zeker bijzonder te noemen maar ook niet gek vanuit haar generatie. Agnes groeide op aan de Bootjessteeg bij de Heer Oudelandslaan, waar in het verleden een spoorwegovergang was.

Dat is vandaag de dag niet voor te stellen met alle drukte op het spoor en niet voor niks is daar de onderdoorgang gekomen. Toch was er in de beginjaren van het spoor een heel andere situatie. Agnes groeide daar op en ontmoette Jan. Nu is het ontmoeten voor jongelingen in die tijd iets heel anders dan tegenwoordig.  De burgemeester Bruïnelaan was de ontmoetingsplek waar jongens en meisjes flaneerden. Ieder aan zijn eigen zijde want de wereld zat anders in elkaar.

Jan was tuinder en lid van het jongenskoor, een goede partij dus. Jan en Agnes vonden elkaar en na de ontmoeting tussen ouders werd de relatie beklonken. 

Zwijndrecht was nog beperkt bebouwd en de Jeroen Boschlaan was nog niet toe aan zijn nieuwe naam en heette nog gewoon Lindelaan. Zowel Jan als Agnes hadden gewoon een basisopleiding en moesten het dus doen met de basisvaardigheden die zij meegekregen hadden.

Nederland en daarmee ook Zwijndrecht was nog sterk verzuild, dus de kerk die je bezocht bepaalde mee wie je was en je plek in de maatschappij. Het leven speelde zich af bij de ouders aan het Groene Kruispad en de Rotterdamseweg zoals dat niet ongebruikelijk was.

Eert uw vader en uw moeder. Bij hun huwelijk trokken zij vanwege de woningnood dan ook in bij een van de ouders aan de Rotterdamseweg, boven de firma Oosthoek, die op de hoek van de Warmoezierstraat, Rotterdamseweg zat. 

Jan en Agnes waren godsvruchtig en brachten meerdere kinderen voort  Hun eerste werd geboren in het ziekenhuis in Dordrecht, toen zij nog Zwijndrecht in woonden. Zij vonden een woning aan de Lindelaan. Daar hadden zij een eigen woonplek waar de kinderen net als bij Jip en Janneke verhalen een tuin hadden. Op die manier konden de kinderen eenzelfde soort avonturen hebben zoals Jip en Janneke.

Agnes worstelde heel haar leven met haar beperkte opleiding. Toch zag ik als buitenstaander hoe zij telkens bezig was met werkstukken te maken. In de gesprekken die we soms hadden was het duidelijk dat ze zich graag ontwikkeld had, zoals haar kinderen dat ook deden. De schaamte die ze weleens uitsprak werd door mij gepareerd en ik wees haar dan op haar werkstukken. Met Jip & Janneke taal wist zij toch zichzelf uit te drukken. 

Jan bleef heel zijn leven zingen. Zijn leven als tuinder was tijdens zijn leven beëindigd vanwege de uitbreiding van Zwijndrecht en hij bracht zijn laatste jaren door bij de firma Van Leeuwen Buizen.

Agnes was kampioen in Jip & Janneke verhalen waar ik vooral om moest lachen. Nee, geen literair werk maar gewoon een simpel leven. Als buitenstaander kijk je er anders tegenaan dan de eigen kinderen. Zij maakte weleens de opmerking naar mij als we weer eens zaten te praten, “jij hebt mij wel door”. Het was voor haar ook een soort erkenning. Zowel Jan als Agnes zijn een mooi voorbeeld van Zwijndrechtse generaties die hier opgroeiden. Op de Julianaschool naast het gemeentehuis (raadhuis) dat toen nog gebouwd moest worden. Generaties die een schooltuin hadden die eigenlijk bedoeld was om te leren, maar ook om te eten.

Het beeld van de Oudelandslaan uit die periode waar het landelijk karakter van eeuwen nog aanwezig was, is een wereld van verschil met de huidige vierentwintiguurs maatschappij. Op de foto ontwaar ik nog een oma fiets, althans zo noemen we het model, dat nog steeds passend is in de huidige tijd. Jan en Agnes verhuisden van de Lindelaan naar de nieuwe woonwijk Nederhoven om van daaruit naar de Zonnestein te verhuizen. Het was daarna niet meer de bedoeling om nog eens te verhuizen, maar ouderdom komt met gebreken en zo verhuisden zij door naar de Lindonk en was dat het einde van hun wooncarrière. Daar hadden ze uitzicht op wat ooit het tuindersgebied was. 

De wereld waarin zij opgroeiden was flink veranderd, van de Bootjessteeg tot en met de Lindelaan hebben zij de wereld zien veranderen. Ik voor mij vind het mooi dat ik hun verhaal heb kunnen volgen en kan nog steeds hartelijk lachen om de voorvallen van hun leven met een lach en een traan. 

Op de begraafplaats van de Jeroen Boschlaan loop ik nog weleens rond en zie naast Jan en Agnes nog verschillende graven van families en hun verhalen. Zolang ik de mensen herinner, leven zij nog steeds en spreek hun naam uit. Vanuit compassie kijk ik daar rond naar het leven, en geniet van de mooie natuur om me heen terwijl op de achtergrond de rijksweg harder ruist dan de bomen. Het is de natuur van vandaag de dag die ik elke dag pluk. Eert uw vader en uw moeder.