Het is warm, onmiskenbaar warm. Een hittegolf waarop ik in de nachten aan het surfen ben op de kleine bries om koelte te vinden in  de buitenlucht. Het surfen is voornamelijk opstaan en naar buiten lopen om daar de hitte kwijt te raken aan en door die koele bries die de nacht gelukkig brengt. Mijn lichaam moet afkoelen om mijzelf beter te voelen om dan weer door te slapen en lekker mooie dromen te dromen. Gelukkig lukt dat beide, afkoelen en mooie dromen dromen.

Ik heb een mooie plek in de tuin waar mijn stoel staat, waar het briesje doorheen waait en waar ik heel prettig in zetel en geniet van de mooie sterrenhemel. Sinds ik die plek ingericht heb geniet ik van de weliswaar verstoorde nachtrust maar vooral van de mooie sterrenhemel. Ik kijk naar de sterren en heb altijd een app waarin ik verdere informatie kan vinden over de sterren en planeten als ik in mijn slaap-waakstand naar boven kijk.

Door de tijd heen herken ik natuurlijk flink wat sterrenstanden. Zo zie  ik vaak zat de kleine en grote beer voorbij komen. Maar ook Orion genoemd naar een jager uit de Griekse mythologie. Veel namen uit de Griekse mythologie komen zo voorbij en ik geniet buiten van de nachtelijke luchten. Terwijl ik ondertussen langzaam afkoel, loop ik warm van alles wat ik zie en lig ik in mijn stoel al gauw wat langer te kijken. 

Mijn gezondheidsapp begint te klagen over mijn slechte nachtrust terwijl ik denk, waar bemoei je je mee.  Het is beslist handig al die technologie maar terwijl ik de nacht zo aanschouw en geniet van de rust die rondom mij, die ook in mij  heerst, zie ik heel veel satellieten voorbij komen.  Je raakt eraan gewend, bedenk ik mij terwijl ik terugdenk aan de Spoetnik, satelliet, die voor het eerst de ruimte inging en waarmee feitelijk de race om de ruimte begon.

Het was het jaar van mijn geboorte in dit leven waarbij het beeld in de ruimte veranderde door de kunstmatige objecten die het beeld van de hemelse nacht deed veranderen.

Zo zat of lag ik rustig naar de hemel te kijken en zag de satellieten als een soort disco licht voorbij komen.  Tot de jaren zeventig waren dat er een kleine tweehonderd, nu iets van dertienduizend, terwijl het er over een paar jaar rustig zestigduizend zijn. Fijn om te weten dacht ik en ik keek tussen de satellieten door naar de sterrenstelsels en dacht weer terug naar de hemel in de periode dat ik geboren werd en hoe ik als kind ook vol verbazing gebiologeerd naar de sterren keek als ik dan al wakker was. Onderweg naar de nachtdienst met kerst of  oud en nieuw, maar ook in de zomer als ik op vakantie was in Drenthe.

Daar kon ik dan het meest genieten van een wijdse blik uit het slaapkamerraam en ontstond er altijd wel een mooi droombeeld van die sterren en planeten en het veroveren van de ruimte, Thunderbirds are go. Muziek inspireerde daar ook wel bij zoals het nummer Telstar van de Tornado s . Dat luisteren op de radio's van vroeger gaf al een extra dimensie. Het vinden van een zender was al een avontuur vooral vanwege al die radiosignalen die al piepend en krakend tot de verbeelding spraken alsof het geluiden uit de ruimte waren.

Overdag, als ik naar school ging, liep ik door de sterrenbuurt waar de namen van sterrenbeelden, sterren en planeten al tot de verbeelding spraken.  Natuurlijk ga je 's nachts niet naar buiten als kind, en hadden mijn ouders dat ook niet goed gevonden als ik 's nachts in de tuin omhoog ging staan turen. Overigens vond ik dat zelf best spannend want je weet maar nooit wie of wat je tegenkomt.

Nu zit ik in de tuin en voel mij volkomen veilig terwijl het dezelfde overweging kan zijn als kind want eerlijk gezegd lopen er nog meer “gekken” op dit moment buiten dan destijds.

Ik zit heerlijk beschut en denk terwijl ik naar het heelal staar  aan die planetenbuurt en denk aan de tijd dat deze ontstond en de mensen die ik kende of ondertussen heb leren kennen. 

Ik denk aan de leuke momenten van recente ontmoetingen waar mensen mij geweldig leuke verhalen vertelden over wat zij bij ons thuis hebben ervaren, zaken die ik vergeten was.

Wauw denk ik terwijl ik luister en krijg daardoor een deja vu gevoel. De sterrenhemel verandert niet maar koppelt plots iets aan mijn leven.  Ik laat de straatnamen voorbij komen en herinner mij associatief nog meer leuke voorvallen en zie drommen van mensen  en gebeurtenissen de revue passeren.  De hitte die mij naar buiten heeft gedreven of de golven van zweet waarop ik gesurfd heb brengen toch wel veel moois mee.

Terwijl ik weer naar binnen ga, merk ik dat mijn lichaam nog worstelt, waarschijnlijk door mijn steeds actievere denkwerk over de Jupiter- mercurius- of Uranusstraat of de sterrenbeeldenstraten,  het zal wel. Weer sta ik op om af te koelen en ga ik nog eens naar het heelal staren.

Ik word er rustig van en steeds meer tevreden. Ik ben net zo een satelliet als ik ze daar voorbij zie komen denk ik.  Eigenlijk een komeet zoals ik dat ooit  vertelde in een interview. Dat maakt dat een innerlijke rust zich van mij overmeestert. Ik sta op en ga slapen en kom in een diepe droom waar ik 's morgens geheel ontspannen en met een glimlach op mijn gezicht wakker wordt.

Mijn droom ging over hoop en muziek. Mijn  schooltijd en de mooie mensen die ik ontmoette. Een gevoel van diepe waardering voor mijn ouders die mij met liefde in de wereld hebben gezet. Dit is luxe denk ik dan maar. Het zijn de bewegende snaren van de tijd waardoor ik geraakt wordt, ha de Moving Strings bedenk ik mij terwijl ik de foto herinner van de sterrenbuurt en de mooie verhalen die mensen mij vertelden over de tijd van die band.

Ja, dat warme gevoel past zo in mijn droom, maar de hitte van dit moment raak ik graag kwijt.

Dan maar 's nachts  genietend  van mooie herinneringen en de vele verhalen van nu tot en met de Griekse mythologie en het muziekgeluid van Zwijndrechtse sterren terwijl ik buiten zit.  Ik zet een app aan en luister zonder moeite uit muziek terug in de tijd. Ik kijk naar de foto en voel mij als het beeld op de foto jeugdig dansend onbezorgd naar de toekomst.