ZWIJNDRECHT - De gemeente bevindt zich in een steeds scherpere spagaat rond de huisvesting van statushouders. De recente "indeplaatsstelling" door de provincie Zuid-Holland legt die spanning bloot:
- De gemeente moet wettelijke taakstellingen halen
- De corporaties hebben beperkte ruimte en andere urgente opgaven
- De gemeenteraad stuurt politiek juist op het ontlasten van de sociale huurmarkt. Hij wil dat het college geen voorrang meer geeft aan de huisvesting van statushouders.

De provincie Zuid-Holland concludeert in een recente brief aan de gemeente dat Zwijndrecht sinds 1 januari 2023 structureel achterloopt op de taakstelling voor vergunninghouders. Per 1 januari 2026 bedraagt de achterstand 41 personen. Daarom volgt een formeel besluit tot 'indeplaatsstelling' op grond van artikel 124 Gemeentewet. Een indeplaatsstelling voor de opvang van statushouders in Zwijndrecht betekent dat de provincie tijdelijk de taak overneemt, omdat de gemeente haar wettelijke verplichtingen niet nakomt. In de praktijk houdt dit in dat Zwijndrecht alsnog opvang moet realiseren, maar dat de hogere overheid bepaalt hoe en wanneer.
In de brief van de provincie aan de gemeente staat: “Op 1 april 2027 moet volledig zijn voldaan aan de taakstelling over 2026, dat ten minste 50% van de taakstelling over de eerste helft van 2027 moet zijn gerealiseerd en dat de opgelopen achterstand is gehuisvest.”
Deze formulering beperkt de beleidsruimte van de gemeente aanzienlijk. Alternatieve huisvesting, zoals flexwoningen, kantoren, kamergewijze verhuur, mag, maar telt pas mee als de reguliere taakstelling volledig is gehaald. Daarmee wordt de politieke wens om statushouders niet langer voorrang te geven bij sociale huurwoningen direct begrensd door de wettelijke plicht.
Daarnaast blijft de provincie actief monitoren. In de brief staat dat Zwijndrecht rond juli 2026 opnieuw wordt uitgenodigd voor bestuurlijk overleg om de voortgang te beoordelen. Dat betekent dat de provincie niet alleen een opdracht geeft, maar ook een doorlopend toezicht houdt waardoor de gemeente zich periodiek moet verantwoorden.
De financiële dreiging is fors. De provincie schrijft: “Indien wordt overgegaan tot feitelijke uitvoering van de indeplaatsstelling, zullen de kosten die samenhangen met het treffen van de vereiste maatregelen volledig ten laste worden gebracht van uw gemeente.” Het gaat dan om personele inzet, inhuur van derden, juridische ondersteuning en uitvoeringskosten. Voor een gemeente met beperkte financiële ruimte is dit een reëel risico dat boven de markt blijft hangen.
Het (nieuwe) college staat ook vanuit de lokale politiek onder druk. De - in februari jl. - aangenomen motie van ABZ, ZPP en VVD vraagt het college om statushouders niet langer voorrang te geven bij sociale huurwoningen en te zoeken naar alternatieve huisvesting. De motie stelt dat de gemeente “allerminst verplicht is” om schaarse sociale huurwoningen in te zetten voor vergunninghouders.
Maar de provincie maakt duidelijk dat Zwijndrecht geen keuzevrijheid heeft als de reguliere taakstelling niet wordt gehaald. De wettelijke plicht gaat vóór lokale politieke voorkeuren. De gemeente moet bovendien voor 1 april 2027 een aangepast Huisvestingsplan voor Vergunninghouders aanleveren met “concrete, uitvoerbare en verifieerbare maatregelen”.
De spanning is daarmee helder: de raad wil ontlasten, de provincie verplicht tot versnellen.
Wat is hier het standpunt van de wooncorporaties? De corporaties Trivire, Woonkracht10 en Woningbouwvereniging Heerjansdam hebben in de prestatieafspraken 2026–2027 afgesproken dat zij zich committeren aan het huisvesten van statushouders “naar rato”. Tegelijkertijd streven zij naar:
· Behoud van de omvang van de sociale voorraad
· Betere spreiding over wijken
· Wijkverbetering in kwetsbare buurten
· Huisvesting van aandachtsgroepen
· Grote verduurzamingsopgaven
De ruimte om extra woningen vrij te maken voor statushouders is dus beperkt, terwijl de provincie juist structurele resultaten eist.

Presentatie prestatieafspraken woningcorporaties februari 2026
Het college moet voldoen aan een wettelijke taak die het niet zelfstandig kan realiseren zonder óf de sociale voorraad extra te belasten, óf fors te investeren in alternatieve huisvesting. De corporaties hebben echter beperkte capaciteit. De provincie eist aantoonbare resultaten, monitort actief en legt financiële risico’s bij de gemeente neer. En de gemeenteraad wil juist minder druk op de sociale huurmarkt.
De vraag, die nu voorligt, is hoe het nieuwe college binnen deze tegenstrijdige kaders een plan kan presenteren dat zowel de provincie overtuigt als lokaal politiek draagvlak behoudt. Wellicht komt een overbrugging van deze tegenstelling(en) in het nieuwe raadsprogramma terug.
Verloop uitvoering taakstelling huisvesting statushouders 2023-2026
Peildatum | Voorsprong/achterstand | Toelichting |
1 januari 2023 | +10 | Gemeente loopt voor op taakstelling |
1 juli 2023 | -9 | Eerste achterstand zichtbaar |
1 januari 2024 | -27 | Achterstand neem toe |
1 juli 2024 | -28 | Achterstand neemt iets toe |
1 januari 2025 | -38 | Verdere verslechtering |
1 juli 2025 | -53 | Grootste achterstand in de reeks |
1 januari 2026 | -41 | Inhaalslag, maar nog steeds flink tekort |