donderdag 28 oktober 2021

Alles over Zwijndrecht

26
jul

Vroeger wilde ik graag loodgieter worden

Weet u het nog?
Vroeger toen je op de lagere school zat en de meester vroeg wat je wilde worden?
Sommige klasgenoten wisten het precies. Het beroep van hun vader. Het bedrijf van hun vader later overnemen.

‘Maar ik wist het niet. Wat moest ik worden? Moest ik wat worden?’
Misschien hebt u er net als ik slapeloze nachten van gehad?

Ineens, op een dag wist ik het. Ik wilde voetballer worden, dat leek me wel leuk. In die grote stadions voor al die mensen spelen, en bekers winnen. Landskampioen worden.
Maar even later realiseerde ik me, dat je dan wel moest kunnen voetballen…., en dat kon ik niet! Ik kon nog geen bal raken…..

Dus daar kwam die twijfel weer.

Wat moest ik antwoorden als de meester weer aan mee vroeg wat ik wilde worden. Zou ik zeggen dat ik onderwijzer wilde worden, dan kon ik later aan al die rotjochies vragen wat ze wilden worden? Maar nee, onderwijzer was ook niets, dan zat je de hele dag binnen. En ik wilde eigenlijk de hele dag buiten zijn….

Al mijmerend over wat ik wilde worden liep ik op een dag door een straat waar iemand op een dak van een huis met de dakgoot bezig was. Ik bleef een poosje staan kijken, want het werk wat die man deed, leek me wel wat. De man op het dak kreeg in de gaten dat ik naar hem stond te kijken en roep me toe: ´Wat mot je?´

Ik riep terug: ‘Ik vind dat u leuk werk aan het doen bent, hoe heet dat beroep van u?’
‘Loodgieter!’ Riep hij terug en ging weer aan zijn werk. En zo waren er wel meer loodgieters in Rotterdam, die m'n aandacht hadden getrokken.

Thuisgekomen vroeg ik aan mijn ouders: ‘Wat voor werk doet een loodgieter allemaal?’
Mijn vader begon met een heel uitgebreid antwoord, terwijl mijn moeder geïnteresseerd meeluisterde: ‘Een loodgieter zorgt voor het goed werken van allerlei met waterleidingen te maken hebbende artikelen zoals alles in de badkamer, in het toilet, de centrale verwarming of gewoon buiten de waterleidingen en rioleringen van het ene huis of gebouw naar het andere.’’
‘Dus een loodgieter werkt buiten en binnen?’

‘Ja,’ mengde mijn moeder zich in ons gesprek.
‘Nu wist ik het. Ik wilde loodgieter worden.’

De volgende keer dat mijn onderwijzer aan me vroeg wat ik wilde worden, antwoordde ik trots: ‘Loodgieter, meester.’

‘Zo, zo antwoordde de onderwijzer, en kan je ook vertellen waarom?’
‘Jawel meester, mijn bedrijf gaat dan ’s winters in huizen en gebouwen voor de sanitair en de waterleidingen en verwarmingsinstallaties werken en ’s zomers als het lekker weer is buiten om waterleidingen en rioleringen en dakgoten enz. aan te gaan leggen. ’s Winters werk ik dan lekker binnen, en ‘s zomers geniet ik dan lekker van het mooie buitenweer….’

‘Zo,’ antwoordde de meester geïnteresseerd. ‘Daar heb je al goed over nagedacht.’
‘Jawel hoor meester, loodgieter zijn lijkt me het einde!’

Ik hoor het me nog zeggen: ‘Loodgieter lijkt me het einde…..’ en ik veegde mij zwetende voorhoofd voor de zoveelste keer af. Ik zat een spoedreparatie uit te voeren op een bloedheet dak van een woning. Er werd onweer met zware buien opgegeven, dus deze klus moest nog geklaard worden.
‘Ik had er nu eigenlijk wel een beetje spijt van dat ik zo trots had gezegd dat ik loodgieter zo’n mooi beroep vond en dat ik dat graag wilde worden……’

‘Het warmterecord was net voor de tweede keer gebroken: 40,7 graden.’
‘Lekker joh, buiten werken!’

Deel dit bericht met je vrienden!