dinsdag 1 december 2020

Alles over Zwijndrecht

Grote Zwijndrechtse Taalstrijd 2014 gewonnen door Nederlands Zwijndrechtse bibliotheekmedewerkers

4 april 2014 (door Hennie van der Zouw)

ZWIJNDRECHT - Woensdagavond 27 maart was een Vlaams cultuurcentrum even het decor van flitsende en strepende pennen. Waarom? Omdat daar de Grote Zwijndrechtse Taalstrijd werd uitgevochten. U kon toeschouwer zijn, deelnemen in een driekoppig team of beide rollen vervullen, zoals uw correspondent deed. De andere deelnemers kwamen uit Nederlands en Belgisch Zwijndrecht, vastberaden om zoveel mogelijk punten te scoren. Uiteindelijk won het team Bieb, een Nederlands-Zwijndrechts team, bestaande uit, jawel, Nederlandse bibliotheekmedewerkers. Publiekswinnaar werd Jan Zwikstra.
Traditie
Nu stond dit niet op zichzelf, maar maakt de Taalstrijd deel uit van een lange traditie. Deze begon in 1997 toen de Stichting Internationale Contacten Zwijndrecht (S.I.C.Z.) opgericht werd. Zij had en heeft nog altijd het doel om internationale contacten te bevorderen. Hiervoor zijn diverse middelen, zoals een zogeheten jumelage. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Zwijndrecht en een buitenlandse gemeente. Stilaan werden dit er drie, namelijk het Duitse Norderstedt, het Slowaakse Poprad en sinds 2004 het Belgische Zwijndrecht (nabij Antwerpen).

Opzet
In dit kader werd enkele jaren geleden voor het eerst een dicteewedstrijd georganiseerd tussen Belgisch en Nederlands Zwijndrecht. De locatie wisselde jaarlijks, zodat geen van beide steden voorgetrokken zou worden. Tot 2012 bleef dit het geval; toen werd er e.e.a. gewijzigd. Zo werd de opzet veranderd; aan het dictee werden diverse onderdelen toegevoegd, zoals woordraadsels, zinsontleding, etc. Hierdoor was spelling niet langer een dominante factor, hoewel ze wel een onderdeel bleef. Ook de naam wijzigde in “Grote Taalstrijd” naar voorbeeld van een Vlaams Radio 1-programma.

Spelling
En zo werd enkele weken geleden de inschrijving voor de Grote Taalstrijd 2014 geopend. Dit leek uw correspondent een leuke uitdaging, zodat hij zich snel inschreef. Ter voorbereiding bestudeerde hij het boek “Praktische cursus spelling” van dr. M. Klein en al tijdens het eerste onderdeel (spelling) bleek dit bijzonder nuttig. De teams kregen namelijk een woord (bijv. “calqueren”) gedicteerd. Hoe wordt dat correct gespeld volgens het Groene Boekje? Dat mochten de deelnemers met hun teamgenoten bespreken en uiteraard noteren.

Zinnen
Bleef het hierbij? Een oplettende lezer zal zeggen van niet. Dat klopt, want het volgende onderdeel was zinsontleding. Hierbij werd een zin getoond waarbij de teams de grammaticale functie van een woord moesten geven. Hierbij konden we kiezen uit een arsenaal van alledaagse, maar ook minder alledaagse functies; van lijdend voorwerp tot voornaamwoordelijke bepaling. Dat reanimeerde herinneringen aan vervlogen jaren in het secundair onderwijs, evenals het onderdeel “zoek de fout”. Er werden immers opnieuw zinnen getoond, maar nu ter correctie. Zo was in een zin het woord “Cro-magnonmens” met een hoofdletter, terwijl dat fout is. Ook dachten we dat “hoogdag” fout was, maar in Vlaanderen is dat correct, zodat wij pech hadden.

Waagstuk
Toen de laatste dia vergleden was, daagde een toch wel bijzonder onderdeel; “Het Waagstuk.” Wat moest hier gewaagd worden? Nou, er volgde een omschrijving waarbij de teams een passende vraag moesten bedenken. Dat lukte; wij hadden maar drie van de tien fout. Toen waren de geesten rijp voor een korte pauze en na een borreltje waren de teams klaar voor het tweede deel, en o, wat was dat moeilijk!

Gangbare namen
Aanvankelijk viel het nog wel mee, want er werd afgetrapt met het onderdeel etymologie. Hierin draaide het om de herkomst van alledaagse uitdrukkingen zoals “voor pampus liggen”, “op het laatste nippertje” en “iets kan iemand geen zier schelen”. Grappig is dat het woord “zier” is afgeleid van een Latijns woord voor een klein insect. Het volgende onderdeel sloot hier naadloos bij aan. Daar kregen de teams namelijk een woord te zien waarna ze de correcte betekenis mochten kiezen. Dat viel mee, want het team van uw correspondent had daarin geen enkele fout.

Literatuur
Het volgende onderdeel ging echter over verfilmde literatuur en deed een beroep op parate kennis. Hier werd immers een filmaffiche getoond, waarbij een titel gevraagd werd. Zo zagen de teams een affiche van de verfilming van Eline Veere, een boek van de naturalistische schrijver Couperus.
Encyclopedischer was het onderdeel over poëzieherkenning. Hier moesten de deelnemers de naam van een auteur verbinden met een poëtisch fragment. Als die onbekend was, geen nood… Het team van uw correspondent verzon dan zelf wel een naam (bijv: Urbanus). Andere namen waren wel bekend, zoals Herman van Rompuy, Paul van Ostaijen en Gerrit Komrij.

Moe, maar wel voldaan
Het afsluitend onderdeel ging over stemherkenning. Hierbij werden de meest uiteenlopende schrijvers ten gehore gebracht. De hoofdvraag was: “welke stem is van welke schrijver?”
Zo kwamen schrijvers als Gerard Reve en Tommy Wieringa langs. Toch waren er ook stemmen die enkele teams sterk lieten twijfelen; sprak bijv. Gerrit Krol of toch Mickey Mouse? Wel duidelijk was de stem van de presentator toen hij de winnaars bekend maakte. Dat was team Bieb uit Nederlands Zwijndrecht en zij ontvingen dan ook een fraaie balpen en een geschenkbon. Hierna werd de avond met een borrel afgesloten en begaven de Nederlandse teams zich naar hun bus, een soort spelersbus. Daarmee arriveerden ze uiteindelijk om 0:30 in Nederlands Zwijndrecht; moe, maar wel voldaan.

Door: Jan-Willem Schneider
Foto’s: André van Oers

Zie ook:

Lees meer over:

bibliotheek taalstrijd
Deel dit bericht met je vrienden!