ChristenUnie–SGP: Trouw in tijden van tekort
ZWIJNDRECHT - In de lokale politiek van Zwijndrecht speelt zich een subtiel spanningsveld af. Het is een spanningsveld tussen overtuiging en bestuurlijke werkelijkheid, tussen principes en haalbaarheid. Het is een spanning tussen idealen en de weerbarstige praktijk van een gemeente, die financieel kwetsbaar is en sociaal complex. In dat spanningsveld beweegt Laurens Kleinjan, fractievoorzitter van de ChristenUnie–SGP, zich met een mengeling van vasthoudendheid en realisme. Zijn politieke stijl is niet luidruchtig, niet polariserend, maar geworteld in een diep gevoel van verantwoordelijkheid voor de gemeenschap. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hadden we een gesprek met hem.
De gecombineerde fractie ziet haar christelijke identiteit niet als een luxe, maar als een kompas. Ze is geworteld in christelijke waarden, maar niet op een manier die anderen uitsluit. Identiteit is voor de fractie een richtinggevend kader, geen dogmatische muur. Dat betekent dat thema’s als zondagsrust, armoedebeleid en rentmeesterschap niet zomaar beleidskeuzes zijn. Nee, het zijn uitingen van een bredere visie op samenleving en bestuur.
Kleinjan benadrukt dat identiteit niet betekent dat je altijd je zin krijgt. In een gemeente waar de fractie geen meerderheid heeft, botsen idealen soms met de politieke realiteit. Maar dat betekent niet dat de fractie haar principes loslaat. Integendeel: juist omdat ze weet dat ze niet altijd de uitkomst bepaalt, hecht ze des te meer waarde aan het uitdragen van haar overtuigingen.
Kloof norm-werkelijkheid
Tijdens gesprekken verbindt Kleinjan regelmatig twee werelden. Aan de ene kant staat de wereld van waarden, geworteld in geloof, traditie en een diep gevoel van verantwoordelijkheid voor de zwakkeren in de samenleving. Aan de andere kant staat de wereld van de gemeentepolitiek, waarin meerderheden opgebouwd moeten worden en compromissen onvermijdelijk zijn. Ook waarin de financiële realiteit in bezuinigingstijd spanning geeft op de Bijbelse opdracht om “je naaste te helpen”. Die spanning vormt de rode draad door zijn politieke handelen.
CU-SGP: meer herkenbaar, CDA pragmatischer
Die koersvastheid maakt de fractie herkenbaar. Principes zonder direct resultaat worden soms als louter symbolisch gezien. Toch blijft de fractie vasthouden aan haar overtuigingen, niet omdat ze denkt dat ze altijd gelijk krijgt. Ze gelooft dat politiek meer is dan het behalen van meerderheden voor je eigen ideeën. Politiek is voor de fractie een vorm van getuigen, een manier om richting te geven, zelfs wanneer de uitkomst onzeker of een compromis is.
In die zin is identiteit voor de ChristenUnie–SGP een fundament dat blijft staan, ook wanneer de praktijk verandert. Het is een kompas dat richting geeft in een gemeente waar de politieke ruimte klein is, de financiële druk groot is. Of: als de maatschappelijke uitdagingen complex zijn.
Het verschil met het CDA, een vraag die vaak terugkomt, zit volgens Kleinjan precies daar. Waar het CDA breder en pragmatischer is, kiest de ChristenUnie–SGP voor scherpte en herkenbaarheid. De fractie wil een gemeenschap bouwen waar lokaal ondernemerschap zorgt voor banen en ze legt de nadruk leggen op het omzien naar kwetsbare inwoners. Ze wil niet meebewegen met elke wind, maar koers houden.

Armoedebeleid:morele opdracht ten tijde van bezuinigen
Armoedebeleid is voor de ChristenUnie–SGP geen beleidsdossier, maar een morele opdracht. Kleinjan noemt het “een Bijbelse opdracht om je naaste te helpen”. Die zin hangt als een moreel anker boven het gesprek en vormt de kern van de politieke identiteit van de fractie.
Zwijndrecht is geen rijke gemeente. Dat klinkt als een cliché, maar het is een realiteit die in bijna elk beleidsdossier voelbaar is. Waar buurgemeente Hendrik‑Ido‑Ambacht relatief weinig armoedebeleid kent, moet Zwijndrecht jaarlijks miljoenen vrijmaken om inwoners te ondersteunen. Anders vallen mensen buiten de boot. Kleinjan zegt met zichtbare ernst: “We moeten als gemeente echt het vangnet blijven voor inwoners die het nodig hebben.”
Die overtuiging maakt dat de fractie zich fel verzette tegen bezuinigingen op het minimabeleid. Het voorkomen van die bezuinigingen ziet de fractie als één van haar belangrijkste successen.
Maar diezelfde overtuiging brengt de partij ook in een lastig parket. Want de financiële druk neemt toe, en de ruimte om keuzes te maken, wordt kleiner. De gemeente heeft te maken met oplopende kosten, een sociaal domein dat structureel meer geld kost, door de Rijksoverheid wordt te weinig bijgedragen en regionale samenwerkingsverbanden die volgens Kleinjan “veel kosten en weinig opleveren”. De rek is eruit. En toch wil de fractie niet tornen aan de ondersteuning van de meest kwetsbaren.
GR Sociaal: strakker sturen
Daar ontstaat een interessante spanning. Principieel wil de fractie niet bezuinigen op ondersteuning van kwetsbare inwoners. Praktisch ziet ze dat het sociaal domein efficiënter moet worden ingericht. Regionale regelingen zijn log, duur en soms ineffectief. Kleinjan formuleert het voorzichtig, maar duidelijk: er zijn regelingen die “veel beter op elkaar afgestemd moeten worden”. Niet om te snijden in hulp, maar om te voorkomen dat geld weglekt in bureaucratie, overlap of slecht functionerende samenwerkingsverbanden. Kleinjan geeft aan: “Bij de regionale GR Sociaal moet de bezuinigingsopgave nu echt behaald worden; Zwijndrecht kan dat tekort niet blijven opvangen. Overigens moeten daarbij ook andere gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen en samen strakker sturen op resultaat." Dit is een opmerkelijke positie voor een partij die normaal gesproken pleit voor samenwerking en solidariteit. Maar hier schuurt het: solidariteit tussen gemeenten mag niet ten koste gaan van solidariteit met inwoners.

Gemeente: blijf inwoners zien
Armoedebeleid is voor de fractie meer dan een beleidsprioriteit. Het is een toetssteen. Een manier om te laten zien wat politiek volgens hen zou moeten zijn: dienstbaar, mensgericht, gericht op de lange termijn. Het verklaart waarom zij bereid is om impopulaire keuzes te overwegen -zoals een verhoging van OZB - als dat nodig is om het vangnet overeind te houden. Het verklaart ook waarom de fractie zich fel verzet tegen bezuinigingen die volgens hen de verkeerde mensen raken.
Armoede laat zich niet oplossen met één beleidsmaatregel, één budget of één raadsperiode. Het is een voortdurend proces van signaleren, ondersteunen, corrigeren en bijsturen. De ChristenUnie–SGP ziet dat niet als een tekortkoming, maar als een realiteit. De vraag is niet of armoede ooit verdwijnt. De vraag is of een gemeente haar inwoners blijft zien, juist wanneer het moeilijk wordt.
Zondagsrust als ritme in een rusteloze samenleving
Zondagsrust is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van de spanning tussen overtuiging en bestuurlijke realiteit. In het interview van twee jaar geleden noemde Kleinjan de verruiming van de winkeltijden “pijnlijk” en “zorgelijk”. Inmiddels zijn de winkels open van 10.00 tot 18.00 uur. Dit is een realiteit die de fractie niet kan terugdraaien.
Toch blijft deze fractie vasthouden aan haar standpunt. Niet omdat ze denkt dat ze de winkels kan sluiten, maar omdat ze gelooft dat een gemeenschappelijke rustdag waarde heeft voor de samenleving. Rust is volgens de fractie meer dan een religieuze verplichting; het kan uitgroeien tot een maatschappelijk goed: een moment:
- waarop werk en consumptie niet de boventoon voeren
- waarop gezinnen tijd hebben voor elkaar
En het zou goed zijn dat kleine ondernemers niet worden gedwongen mee te gaan in een 24/7‑economie

Druk op ondernemers
Kleinjan wijst op gesprekken met ondernemers in winkelcentrum Walburg. Formeel is er geen verplichting om open te gaan, maar in de praktijk voelen de kleine ondernemers een druk. Als een concurrent open gaat, voelt de ander zich gedwongen. Het is precies die onzichtbare druk die de fractie zorgelijk vindt.
De winkels zijn een groot deel van de zondag open en er is geen politieke steun te verwachten om dat te kunnen veranderen. Maar de fractie blijft pleiten voor keuzevrijheid, rust en bescherming van kleine ondernemers.
Het eigen ideaal van Zondagssluiting is niet te behalen, wat betekent dan principes vasthouden als je weet dat je ze niet kunt realiseren? Voor de ChristenUnie–SGP is het antwoord helder. Je blijft het standpunt uitdragen, maar je erkent de realiteit. Je blijft benoemen wat er op het spel staat, ook als de uitkomst niet verandert. Je blijft getuigen van een visie op samenleven, ook als de meerderheid een andere koers kiest.
Zondagsrust is voor de fractie geen strijd die gewonnen of verloren kan worden. Het is een principe dat blijft staan, ook als de praktijk verandert. De fractie weet dat ze de winkels niet kan sluiten, maar ze kan wel blijven benoemen wat er op het spel staat: rust, ritme, keuzevrijheid, bescherming van kleine ondernemers. Het is volgens Kleinjan een vorm van politiek die niet draait om winnen, maar om richting geven.

Presentatie van het verkiezingsprogramma: Samen Doen Werkt
Meer startersleningen, lokale voorrang
De woningmarkt in Zwijndrecht staat onder druk. Starters kunnen geen woning vinden, doorstromers zitten vast en ouderen hebben te weinig passende opties. De ChristenUnie–SGP ziet woningbouw niet als een kwestie van “meer”, maar van “beter”. Starterswoningen zijn “schreeuwend duur”, zegt Kleinjan. De fractie wil startersleningen uitbreiden en onderzoeken of lokale voorrang mogelijk is binnen de wettelijke kaders. Niet om anderen buiten te sluiten, maar om jongeren die in Zwijndrecht zijn opgegroeid een kans te geven om te blijven.
Maatschappelijk gebonden eigendom
Doorstroming in de woningmarkt is volgens de fractie een belangrijk instrument. Als mensen die nu in starterswoning of goedkopere woning wonen kunnen verhuizen naar midden‑ of hoogsegmentwoningen. Dan komt er ruimte vrij voor nieuwe starters. Maar dat werkt alleen als er voldoende woningen in dat segment worden gebouwd waardoor de genoemde doorstroming ontstaat..
De ruimte in Zwijndrecht is beperkt. Uitbreiding aan de randen van de gemeente is “voorzichtig mogelijk”, maar elke locatie moet zorgvuldig worden afgewogen. De fractie wil bouwen, maar in een goede balans met natuurwaarden, landbouw en leefbaarheid. Innovatieve woonvormen zoals MGE‑woningen (Maatschappelijk Gebonden Eigendom) kunnen deel van de oplossing zijn, maar ook daarvoor geldt dat de ruimte beperkt is. Zwijndrecht moet creatief zijn binnen een krap jasje, ook ruimtelijk.

Samen met woningcorporatie Trivire en zorginstelling Gemiva werkt de gemeente hard aan een toekomstbestendige Planetenbuurt
Bijplaatsen afval: doorn in het oog
Hoewel afvalscheiding op veel plaatsen in Zwijndrecht goed verloopt, blijft de overlast door bijplaatsingen rondom containers een hardnekkig probleem. Voor veel inwoners is de maat vol; stank en zwerfvuil tasten het woonplezier aan. De fractie van ChristenUnie-SGP stelt vast dat de huidige inzet op handhaving en afvalcoaches weliswaar goed bedoeld is, maar in de praktijk niet het gewenste resultaat oplevert.
“We moeten eerlijk durven kijken naar de kosten en baten,” stelt Kleinjan. “Op dit moment steken we veel energie in coaching en het opruimen van bijplaatsingen, zonder dat de overlast echt afneemt. Vooral bij hoogbouw ontbreekt vaak de fysieke ruimte om afval goed te scheiden.
Keuze voor nascheiding
In plaats van vast te blijven houden aan een systeem dat daar niet rendeert, kiest de ChristenUnie-SGP voor een structurele oplossing: nascheiding. Door bij gestapelde bouw in te zetten op maatwerk, ontlasten we de inwoner en pakken we de bron van de ergernis aan. Het gaat ons niet om het stoppen van de dialoog, maar om het durven kiezen voor een methode die daadwerkelijk zorgt voor een schone en leefbare wijk."
De kritiek van andere fracties is dat deze vorm van maatwerk veel geld zou kosten. Kleinjan: “De rekensom is eenvoudig te maken. De inzet van meer BOA’s en het tijdig verwijderen van zwerfvuil, kost vele malen meer dan de meerkosten voor nascheiding in een klein deel van de gemeente.”
Financiële kwetsbaarheid
De financiële situatie van Zwijndrecht is kwetsbaar. De gemeente kampt met structurele tekorten, stijgende kosten. De ChristenUnie–SGP ziet financiële discipline als noodzakelijk, maar niet als doel op zich. In het verkiezingsprogramma staat het bijna terloops, maar de lading is zwaar: “De gemeentelijke financiën [zijn] kwetsbaar.” Kleinjan benoemt het in het gesprek nog scherper. Zwijndrecht kampt met “jarenlange financiële scheefgroei van te weinig inkomsten voor te grote problemen”, een structureel probleem dat niet alleen met bezuinigingen is op te lossen. De fractie wil lokale lasten alleen trendmatig verhogen en is tegen nieuwe belastingen zoals parkeerbelasting. De Rijksoverheid is aanzet om voldoende middelen te bieden voor de grootstedelijke uitdagingen in deze middelgrote gemeente.
Echter, als het erop aankomt is de fractie ook bereid om de OZB te verhogen als dat nodig is om armoedebeleid overeind te houden. Het is een voorbeeld van hoe de partij haar principes vertaalt naar financiële keuzes.

ChristenUnie-SGP: geen parkeerbelasting, o.a. bij Walburg
De kunst van sober besturen
Regionale samenwerking is een grote kostenpost. De fractie vindt dat samenwerking alleen moet worden ingezet als het aantoonbare meerwaarde heeft. ChristenUnie-SGP wil dat gemeenten gezamenlijk strakker sturen en dat inefficiënties worden aangepakt.
Financiële houdbaarheid is voor de fractie geen doel, maar een voorwaarde om kwetsbare inwoners te kunnen beschermen. De zoektocht naar houdbaarheid is geen spectaculaire strategie. Maar het is wel een plan dat past bij een partij die liever voorzichtig bouwt dan roekeloos snijdt. De fractie ziet de oplossing in een reeks kleinere, zorgvuldig afgewogen keuzes: efficiënter werken binnen het sociaal domein, kritisch kijken naar regionale samenwerkingen, prioriteiten stellen in investeringen en vasthouden aan een sobere, realistische begrotingsdiscipline.
Regionale samenwerking: in nabijheid zonder nabijheid
Regionale samenwerking is in de Drechtsteden nooit een vanzelfsprekendheid geweest. Het is een netwerk van gemeenten die elkaar nodig hebben, maar elkaar niet altijd begrijpen.
Zwijndrecht en Hendrik‑Ido‑Ambacht liggen letterlijk tegen elkaar aan, delen voorzieningen, infrastructuur en maatschappelijke opgaven, maar politiek gezien leven ze soms in verschillende werelden.
1. Verschillen gemeenten
Wat voor Zwijndrecht een noodzaak is, is voor Ambacht soms een randzaak. Armoede is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Waar Zwijndrecht jaarlijks miljoenen investeert in minimabeleid en ondersteuning van kwetsbare inwoners, kent Ambacht nauwelijks armoedebeleid. Dat verschil maakt regionale afstemming ingewikkeld.

De nieuwe CU-SGP-fractieleden
2. Na Drechtraad meer samenwerking zoeken
Het opheffen van de Drechtraad heeft de afstand tussen gemeenten vergroot. De Drechtraad was het regionale orgaan waarin raadsleden elkaar ontmoetten en regionale thema’s gezamenlijk bespraken. Deze raad was geen perfect instrument, maar het bood wel een plek waar politieke lijnen elkaar kruisten. Nu die structuur weg is, staan raadsleden verder af van regionale besluitvorming. Kleinjan zegt het voorzichtig: “Het is misschien een groot woord om het jammer te noemen, maar we staan nu wel verder af van wat er regionaal gebeurt.”
De gemeente Zwijndrecht heeft de afgelopen jaren een eigen lobby gestart om de kwetsbare financiële positie in beeld te brengen. Daarnaast is de gemeente deelnemer geworden van de M50‑lobby, een netwerk van middelgrote gemeenten dat gezamenlijk optreedt richting het Rijk. Beide vormen van lobby zijn volgens Kleinjan belangrijk. Lobby is vaak onzichtbaar, indirect en langzaam. Het gaat om invloed, niet om headlines. En die invloed is in de achterliggende raadsperiode daadwerkelijk gegroeid; zo praat Zwijndrecht nu rechtstreeks met het Ministerie over de financiering van gemeenten door het Rijk. En ook de M50 ziet de fractie als een manier om de stem van Zwijndrecht te versterken. Niet als wondermiddel, maar als noodzakelijke aanvulling op lokale en regionale samenwerking.
Een fusie met Hendrik‑Ido‑Ambacht noemt Kleinjan “mooi, maar niet realistisch”. De ChristenUnie–SGP ziet meer in praktische samenwerking dan in bestuurlijke fusies. Deze samenwerking moet dan ook volgens de fractie “aantoonbare meerwaarde” hebben, niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk.
Regionale samenwerking is voor de fractie geen vanzelfsprekendheid, maar een keuze. Een keuze die telkens opnieuw gemaakt moet worden. Een keuze die vraagt om inspanning, wederkerigheid en politieke volwassenheid. En een keuze die soms schuurt, juist omdat nabijheid niet automatisch leidt tot verbinding.

Raadsprogramma vraagt om bepaalde bestuursstijl
De Zwijndrechtse gemeenteraad werkt met een raadsprogramma in plaats van een traditioneel coalitieakkoord. Dat betekent dat alle partijen samenwerken aan de hoofdlijnen van het beleid, en dat wethouders functioneren als uitvoerende bestuurders namens de hele gemeenteraad. Het is een model dat rust moet brengen, maar dat ook vraagt om een andere manier van politiek bedrijven: minder ideologisch, meer zakelijk; minder oppositie, meer gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Transparantie is voor de fractie een belangrijk onderdeel van haar bestuursstijl. De fractie wil helder communiceren wat haalbaar is en wat niet. Ze wil geen verwachtingen wekken die ze niet kan waarmaken. “We communiceren altijd helder terug:.” Het is een bestuursstijl die past bij onze beide partijen die liever eerlijk zijn dan populair.
Het raadsprogramma biedt stabiliteit, maar het dwingt ook tot nuance. Het maakt samenwerking mogelijk, maar het maakt scherpe politieke profilering ingewikkelder. Voor een partij met een sterke identiteit is dat soms een uitdaging. Toch ziet de fractie het als een kans om te laten zien dat politiek niet alleen draait om winnen, maar om verantwoordelijkheid nemen.
Tycho Jansen: kundige wethouder
Het aangekondigde vertrek van wethouder Tycho Jansen (“een heel kundige bestuurder”) heeft de fractie gedwongen opnieuw na te denken over de vraag wie past bij deze bestuursstijl. De partij kijkt niet naar partijkleur, maar naar kwaliteit. Een partijloze wethouder zou volgens Kleinjan kunnen functioneren, maar het vraagt om vertrouwen en politieke volwassenheid. Besturen zonder bezit is voor de fractie geen zwakte, maar een bewuste keuze. Het past bij een partij die politiek ziet als dienstbaarheid, niet als machtsuitoefening.

Wethouder Tycho Jansen vertrekt
Toekomstvisie: rust, rechtvaardigheid en realisme
Wanneer je alle thema’s samenbrengt, ontstaat een toekomstbeeld dat niet draait om grote projecten, maar om een duidelijke richting. De ChristenUnie–SGP ziet de toekomst van Zwijndrecht als een zoektocht naar rust, rechtvaardigheid en realisme.
- Rust in een samenleving die steeds sneller wordt. Rust in een gemeente waar winkels zeven dagen per week open zijn en waar economische druk soms zwaarder weegt dan menselijke maat. Rust als tegenwicht tegen een cultuur van voortdurende beschikbaarheid.
- Rechtvaardigheid in een gemeente waar armoede een realiteit is. Rechtvaardigheid voor inwoners die het moeilijk hebben, voor gezinnen die worstelen met stijgende kosten, voor jongeren die geen woning kunnen vinden, voor ouderen die passende zorg nodig hebben. Rechtvaardigheid als morele opdracht, niet als beleidsoptie.
- Realisme in een financiële situatie die weinig ruimte laat voor grote ambities. Realisme in een gemeente die structureel kwetsbaar is, die afhankelijk is van regionale samenwerking en die keuzes moet maken die pijn doen. Realisme als tegenwicht tegen politieke luchtkastelen.
De fractie wil een bestuur dat eerlijk is over wat kan en wat niet kan. Een bestuur dat kwetsbaren beschermt, ook als de begroting kraakt. Een bestuur dat samenwerkt, ook als de verschillen groot zijn. Een bestuur dat kiest voor zorgvuldigheid boven snelheid. Het is geen toekomst van snelle oplossingen, maar van duurzame keuzes.

Zorgvuldig en gezamenlijk stelden de fractieleden de ambities voor de komende periode vast
Foto's: Archief Zwijndrecht.net, gemeente Zwijndrecht, Facebook ChristenUnie-SGP