Fred Loos (ABZ) geeft Zwijndrecht een stem: lokaal, eerlijk en altijd aanwezig. “We zijn geen koekoeksklok”
ZWIJNDRECHT - In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken we met Fred Loos, lijsttrekker van Algemeen Belang Zwijndrecht (ABZ). In een openhartig gesprek vertelt hij over de kracht van lokaal bestuur, de noodzaak van eerlijkheid en de uitdagingen waar Zwijndrecht voor staat. Loos laat zien hoe een lokale partij zonder landelijke agenda toch richting kan geven aan grote thema’s. Denk aan: wonen, armoede, participatie en regionale samenwerking en waarom juist dát het verschil maakt.
Fred Loos: de man die de ramen van de politiek opent
Als Fred Loos binnenstapt, straalt hij energie uit van iemand die met veel enthousiasme van de ene afspraak naar de volgende gaat. Hij praat snel, maar nooit gehaast; zijn zinnen rollen in een ritme dat verraadt dat hij dit niet doet uit plicht, maar uit overtuiging. Voor hem is politiek geen spel, geen strategisch schaakbord, maar een vorm van dienstbaarheid. En misschien nog wel belangrijker: een vorm van eerlijkheid.
Loos is het gezicht van Algemeen Belang Zwijndrecht, een partij die al decennia meedraait maar nooit de neiging heeft gehad om zich te verschuilen achter Haagse agenda’s. ABZ is lokaal in de meest letterlijke zin van het woord: geworteld in de straten, de wijken, de gesprekken op de markt. En Loos is de belichaming van die stijl.
ABZ: “Geen koekoeksklok”
Voordat het gesprek de diepte in gaat, is het bijna onmogelijk om niet eerst stil te staan bij de identiteit van ABZ. Loos geeft aan dat zijn partij een uitgesproken karakter heeft: lokaal, nuchter en voortdurend zichtbaar. Geen partij die alleen rond verkiezingen opduikt, geen partij die zich laat leiden door Haagse dynamiek, maar een club die al decennia in de haarvaten van Zwijndrecht zit. “Wij zijn geen koekoeksklok,” zegt Loos. “We komen niet één keer in de vier jaar naar buiten. We zijn er altijd.”
Dat verklaart waarom inwoners hem aanspreken in de supermarkt, op straat, bij bijeenkomsten, telefoon en via de mail. Waarom ABZ vaak als eerste hoort wat er speelt in de wijken. Waarom de partij niet hoeft te wachten op landelijke standpunten of partijdiscipline. En waarom het raadsprogramma, dat in Zwijndrecht door álle partijen wordt geschreven, zo goed past bij de manier waarop ABZ politiek bedrijft.
Loos benadrukt nogmaals dat ABZ geen protestpartij is, geen ideologische beweging, geen verlengstuk van Den Haag. Het is een partij die haar legitimiteit haalt uit aanwezigheid. Uit luisteren. Uit doen.

Fred voert gesprekken in het Badhuis en luistert naar de aanwezigen
Raadsprogramma: andere bestuurscultuur dan Ambacht
Wanneer Loos begint te vertellen over het raadsprogramma, verandert zijn toon. Niet feller, maar steviger. Alsof hij een fundament aanwijst dat te vaak over het hoofd wordt gezien. “Wat voor mij belangrijk was,” zegt hij, “is dat we het weer met elkaar gingen doen. Niet in achterkamertjes, niet met informateurs die bepalen wie vier jaar meedoet en wie niet. Gewoon in de openbaarheid. Zodat de kiezer kan zien wat er gebeurt.” Het is een zin die in veel gemeenten zou kunnen klinken, maar in Zwijndrecht krijgt hij een extra lading. Want hier is het raadsprogramma geen formaliteit, maar een manier van werken die de politieke cultuur heeft veranderd.
En die verandering wordt pas echt zichtbaar wanneer Loos de vergelijking maakt met buurgemeente Hendrik‑Ido‑Ambacht. Daar wordt nog altijd gewerkt met informateurs en coalitieonderhandelingen. Partijen sluiten zich op, zoeken meerderheden, ruilen standpunten uit. Het is een systeem dat in veel gemeenten nog steeds de norm is, maar dat volgens Loos steeds minder past bij deze tijd. “Daar bepaalt een informateur welke partijen vier jaar lang aan tafel zitten,” zegt hij. “En de rest mag vervolgens vier jaar toekijken. Dat is niet hoe je een gemeenschap bestuurt.”

Fred: We doen het met z'n allen als raad, kiezen daarom voor een raadsprogramma, niet voor achterkamertjespolitiek (informateur, coalitieakkoord)
Wonen: meer middenhuur, seniorenlening
Wanneer het gesprek op wonen komt, verandert de dynamiek. Loos praat sneller, maar ook preciezer, alsof hij een onderwerp raakt dat al jaren onder zijn huid zit. En dat is niet vreemd: wonen is in Zwijndrecht geen beleidsdossier, maar een knooppunt van sociale, financiële en regionale spanningen. “We hebben 37 procent sociale huur,” zegt hij. “Dat is veel. Te veel. De doorstroming stokt.”
Het is een constatering die je niet vaak hoort van een lokale partij. Maar Loos ziet wat er gebeurt wanneer een gemeente te veel van één type woning heeft: mensen groeien uit hun sociale huurwoning, maar kunnen nergens heen, starters komen er niet tussen, senioren blijven noodgedwongen zitten waar ze zitten. De woningmarkt verstopt.
Daarom heeft ABZ een koerswijziging ingezet. Niet omdat sociale huur onbelangrijk is, maar omdat Zwijndrecht juist méér variatie nodig heeft. Fred Loos denkt dan aan: middenhuur, starterswoningen, seniorenwoningen. Dit zijn segmenten die de doorstroming op gang brengen. Loos denkt zelfs aan een seniorenlening, zodat ouderen die willen verhuizen dat ook echt kunnen.
Maar wonen stopt niet bij de gemeentegrens. En daar komt Hendrik‑Ido‑Ambacht in beeld. “Ambacht heeft nauwelijks sociale huur, zeker niet in de Volgerlanden. Daar lag het accent op de duurdere woningen,” zegt Loos. “Dus komen mensen die daar geen plek vinden naar Zwijndrecht. Dat drukt op onze voorraad.” Hij zegt het zonder verwijt, maar de gevolgen zijn duidelijk: Zwijndrecht vangt op wat elders niet wordt gebouwd. De regionale woningmarkt is geen optelsom van gemeenten, maar een systeem waarin keuzes van de één direct doorwerken bij de ander.

Bouwen buitenranden: not for the happy few
Daarom kijkt Loos anders naar bouwen in het buitengebied dan vroeger. ABZ was jarenlang principieel tegen, maar de realiteit is veranderd. “We moeten ergens heen,” zegt hij. “Dus aan de randen kan het. Maar niet voor de happy few.” Het plan aan de Munnikensteeg is voor ABZ alleen bespreekbaar als het gaat om betaalbare segmenten. Geen luxe appartementen, geen speculatie. “Wij zijn er voor onze inwoners,” zegt hij. “Niet voor projectontwikkelaars.”
Die laatste zin vat zijn frustratie samen over plekken, waarvan één die al twintig jaar leegstaat: de oude brandweerkazerne, de oude Rabobank, het Twistergebouw. Grond die ontwikkeld kán worden, maar niet wordt ontwikkeld omdat de markt nog niet gunstig genoeg is. “Dat kan niet,” zegt hij. “Als je grond hebt die ontwikkeld kan worden, moet je bouwen. En anders vervalt het terug aan de gemeente.”

Impressie van (dure) nieuwbouw bij de Munnikensteeg
Armoede: hoe het werkelijk komt
Armoede: hoe het werkelijk komt
Wanneer het gesprek verschuift naar armoede, praat Loos nog steeds vlot, maar er komt een ernst in zijn stem die je niet kunt missen. Alsof hij het onderwerp niet alleen politiek, maar ook persoonlijk voelt. “Op papier halen we de doelen,” zegt hij. “Maar het aantal gezinnen in armoede daalt nauwelijks. Dat is de werkelijkheid.”
Hij legt uit hoe dat komt. Niet door falend lokaal beleid, maar door een opeenstapeling van landelijke maatregelen die het leven duurder maken. Belastingen op energie, op brandstof, op voedsel. Stijgende prijzen door internationale spanningen. Een overheid die aan de ene kant probeert te compenseren, maar aan de andere kant nieuwe lasten introduceert. “Het is vechten tegen de bierkaai,” zegt hij. “Je helpt mensen, maar ondertussen wordt alles duurder.”
Hij vertelt over de afvalscheiding, een onderwerp dat op het eerste gezicht weinig met armoede te maken lijkt te hebben. Maar in zijn verhaal wordt duidelijk hoe alles met elkaar verbonden is. Door het systeem van betalen per lediging is de hoeveelheid restafval gehalveerd. Dat scheelt de gemeente straks honderdduizend euro’s aan verbrandingsbelasting. “Dat is geen symptoombestrijding,” zegt hij. “Dat is voorkomen dat mensen nóg meer moeten betalen.”

Fred: "Op papier halen we de doelen, maar het aantal gezinnen in armoede daalt nauwelijks. Dat is de werkelijkheid."
Afhandeling meldingen: kloof tussen registratie en realiteit
Het gesprek krijgt een andere wending wanneer Loos begint over meldingen van inwoners. Het lijkt een technisch onderwerp, maar voor hem is het een symbool van iets groters: de kloof tussen de papieren werkelijkheid van de gemeente en de dagelijkse ervaring van inwoners. “We hebben een prachtig systeem,” zegt hij. “En in de rapportages ziet het er fantastisch uit. Negentig procent binnen de norm afgehandeld.” Hij laat een korte stilte vallen. “Maar dat zegt niks.”
Een melding is pas opgelost als het probleem daadwerkelijk is verholpen, zegt hij. Niet wanneer het is doorgestuurd, niet wanneer het in een systeem is verwerkt, maar wanneer de inwoner kan zeggen: ja, dit is opgelost.
Digitalisering: helpt niet iedereen vooruit
Digitalisering is volgens Loos een zegen én een risico. Veel inwoners kunnen prima overweg met apps en formulieren, maar er is ook een grote groep die moeite heeft met DigiD, met online aanvragen, met het vinden van de juiste weg. “Dan sluit je mensen buiten,” zegt hij. “En dat moeten we niet willen.” Hij vertelt over het Walburg‑project, waarin jongeren ouderen helpen met digitalisering. Een project dat volgens hem laat zien hoe participatie wél kan werken: niet als inspraakavond waar mensen mogen praten maar niets verandert, maar als een samenwerking waarin inwoners elkaar versterken.
Digitalisering is volgens Loos een zegen én een risico. Veel inwoners kunnen prima overweg met apps en formulieren, maar er is ook een grote groep die moeite heeft met DigiD, met online aanvragen, met het vinden van de juiste weg. “Dan sluit je mensen buiten,” zegt hij. “En dat moeten we niet willen.” Hij vertelt over het Walburg‑project, waarin jongeren ouderen helpen met digitalisering. Een project dat volgens hem laat zien hoe participatie wél kan werken: niet als inspraakavond waar mensen mogen praten maar niets verandert, maar als een samenwerking waarin inwoners elkaar versterken.
De kunst van luisteren
Dat brengt het gesprek op participatie. Dat is een woord dat in veel gemeenten een soort toverformule is geworden. Maar Loos heeft genoeg van participatie die alleen op papier bestaat. “Participatie is geen inspraakavond waar je mensen laat praten en vervolgens acht keer nee zegt,” zegt hij. “Dan moet je niet verbaasd zijn dat mensen afhaken.”
Het Walburg‑project is voor hem het voorbeeld van hoe het wél moet: scholieren, die zelf initiatief nemen, zelf uitvoeren, zelf verantwoordelijkheid dragen. De gemeente faciliteert, maar stuurt niet.

De schaduw van de landelijke politiek
Geen enkele lokale partij ontkomt aan de invloed van Den Haag. Loos ziet hoe landelijke instabiliteit doorwerkt in het vertrouwen van inwoners. Hoe mensen die teleurgesteld zijn in de landelijke politiek dat gevoel meenemen naar de stembus, of juist niet naar de stembus gaan. “Landelijke politiek is soms een circus,” zegt hij. “En dat straalt af op ons allemaal.”
Toch is hij voorzichtig positief over het minderheidskabinet‑Jetten, vooral omdat het werkt met wisselende meerderheden. Dat doet hem denken aan het raadsprogramma in Zwijndrecht: geen vaste blokken, geen rigide coalities, maar zoeken naar meerderheden per onderwerp.
Lage opkomst: tevredenheid of vermoeidheid?
De lage opkomst in Zwijndrecht baart hem zorgen, maar hij heeft geen simpele verklaring. “Misschien zijn mensen tevreden,” zegt hij. “Misschien zijn ze verkiezingsmoe. Misschien zien ze in Den Haag dat hun stem weinig uitmaakt.” Hij zegt het zonder cynisme. Eerder met een soort berusting. Niet omdat hij het accepteert, maar omdat hij weet dat er geen quick fix is. Politiek vertrouwen bouw je niet op met een flyer of een debatavond. Dat bouw je op door vier jaar lang zichtbaar te zijn, aanspreekbaar, eerlijk. Daarom heeft ABZ naar zijn mening een trouwe achterban, die bij de verkiezingen gaat stemmen.

Fred: "Politiek vertrouwen bouw je op, door steeds zichtbaar aanwezig te zijn. Ook in de bibliotheek bij de jeugd"
Regionale samenwerking: tussen ambitie en realiteit
De Drechtsteden zijn al jaren een bestuurlijke samenwerking met grote ambities, maar volgens Loos blijft het te vaak bij praten. “We maken rapporten, we houden bijeenkomsten, we zetten handtekeningen,” zegt hij. “Maar er gebeurt te weinig.” Hij ziet kansen, vooral in de samenwerking met Hendrik‑Ido‑Ambacht. De twee gemeenten delen voorzieningen, delen problemen, deelden zelfs een woonwijk. Maar ze delen niet altijd dezelfde visie. “Ambacht bouwt weinig sociale huur,” zegt hij. “Dat heeft gevolgen voor ons. En andersom. Dus moeten we samen plannen maken.”
De Drechtsteden zijn al jaren een bestuurlijke samenwerking met grote ambities, maar volgens Loos blijft het te vaak bij praten. “We maken rapporten, we houden bijeenkomsten, we zetten handtekeningen,” zegt hij. “Maar er gebeurt te weinig.” Hij ziet kansen, vooral in de samenwerking met Hendrik‑Ido‑Ambacht. De twee gemeenten delen voorzieningen, delen problemen, deelden zelfs een woonwijk. Maar ze delen niet altijd dezelfde visie. “Ambacht bouwt weinig sociale huur,” zegt hij. “Dat heeft gevolgen voor ons. En andersom. Dus moeten we samen plannen maken.”
Verkeersveiligheid: gedrag als grootste factor
Verkeersveiligheid rond scholen raakt Loos zichtbaar. Niet omdat het politiek ingewikkeld is, maar omdat het zo menselijk is. “Ouders maken het onveilig,” zegt hij. “Iedereen wil vooraan staan. Iedereen heeft haast.” Hij pleit voor meer handhaving, voor slimme verkeersmaatregelen, voor betere monitoring. Maar hij weet ook dat je niet alles kunt dichtregelen. Soms begint veiligheid bij bewustwording.

Het toelaten van vrachtwagenverkeer over de Blauwe Brug is een punt van discussie. ABZ is tegen deze openstelling
De toekomst begint bij het doen, aanwezig zijn
Wanneer het gesprek richting de toekomst gaat, komt er een vastberaden rust over Loos heen. De uitdagingen zijn groot: armoede, wonen, mobiliteit, regionale samenwerking, de financiële druk op gemeenten. Maar Loos is niet iemand die zich laat afschrikken door omvang. Hij kijkt liever naar wat wél kan. “De begroting is in balans,” zegt hij. “Maar dat is vooral papieren winst. De echte opdracht ligt in renovatie van woningen, structurele armoedebestrijding en betere participatie.”
Aan het einde van het gesprek komt de vraag die boven alles hangt: hoe ga je dit allemaal doen, in een tijd van bezuinigingen, stijgende kosten en landelijke hervormingen?
Loos glimlacht even. Niet omdat hij het antwoord niet weet, maar omdat hij weet dat het antwoord niet spectaculair is. Geen grote beloftes, geen revolutionaire plannen. Gewoon doen wat werkt. “Door eerlijk te zijn,” zegt hij. “Door te luisteren. Door te doen wat we kunnen. En door samen te werken waar het kan.”
Het klinkt eenvoudig. Maar misschien is dat precies wat Zwijndrecht nodig heeft: geen ingewikkelde visies, maar een bestuur dat doet wat het zegt. Een bestuur dat de papieren werkelijkheid niet belangrijker maakt dan de echte. Een bestuur dat de ramen openzet, zodat iedereen kan zien wat er gebeurt.
Kern ABZ
En misschien is dat wel de kern van ABZ. Niet links, niet rechts, niet ideologisch. Maar lokaal. Menselijk. Aanwezig. Vier jaar lang. En zo wil ABZ‑lijsttrekker Fred Loos de lokale politiek weer terugbrengen naar de inwoners.

Foto's: Facebook ABZ, Archief Zwijndrecht.net, Gemeente Zwijndrecht